Home
Bijbelboeken
Statenvertaling
Luther 1912
Schlachter
Elberfelder 1871
Elberfelder 1905
Luther
falcon
Set status
Profile & account
Feedback
Psalmen chapter 76 (12 verzen)
← Terug
|
← Vorige
|
Volgende →
Chapter
Verse
1
Een psalm, een lied van Asaf, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.
2
God is bekend in Juda; Zijn Naam is groot in Israel.
3
En in Salem is Zijn hut, en Zijn woning in Sion.
4
Aldaar heeft Hij verbroken de vurige pijlen van den boog, het schild, en het zwaard, en den krijg. Sela.
5
Gij zijt doorluchtiger en heerlijker dan de roofbergen.
6
De stouthartigen zijn beroofd geworden; zij hebben hun slaap gesluimerd; en geen van de dappere mannen hebben hun handen gevonden.
7
Van Uw schelden, o God van Jakob! is samen wagen en paard in slaap gezonken.
8
Gij, vreselijk zijt Gij; en wie zal voor Uw aangezicht bestaan, van den tijd Uws toorns af?
9
Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil,
10
Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela.
11
Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.
12
Doet geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die rondom Hem zijt! Laat hen Dien, Die te vrezen is, geschenken brengen; [ (Psalms 76:13) Die den geest der vorsten als druiven afsnijdt; Die den koningen der aarde vreselijk is. ]